In het strandzand, met zijn donkerbruine, halflange haren, afgetraind lijf en zongebruinde (nog net niet gelooide) huid, stond hij voor me. De Australische Dylan, mijn golfsurfleraar. Mijn eerste les. Twee uur lang. Moet lukken, toch?
Maar voordat deze waterrat haar eerste zee-touchdown maakte, wachtte mij een flink parcours. De eerste horde: de wetsuit. Mijn geleende exemplaar was iets te klein. Het leek alsof mijn lijf met iedere minuut één centimeter dieper in het rubber zakte. Het resultaat mocht er zijn: surfchick Es was geboren.
“This one’s for you, Esmeralda, Emerald. You know, it’s a green-blue coast we have in Australia.” Terwijl Dylan de bijna twee meter hoge surfplank aangaf: “Look out for the wind, when you hold it.”
Nu weet ik waarom.
PATS!
Op het strand demonstreerde Dylan wat ik moest doen. Ik was er klaar voor. Met de plank toog ik de zee in. De offshore wind maakte het een hele worsteling om met die plank door de branding de horizon te bereiken. Ik was kapot. Een half uurtje pas op de teller.
Next level: de juiste golf zoeken. Goed kijken: waar gaat de golf omslaan? Plank verleggen. Me niet laten wegspoelen door hoge golven. Uitkijken voor andere boarders…
En ja, daar was-ie: de perfecte golf. Met Dylans techniek in mijn achterhoofd: buik op de plank, tenen gekruld, bovenlijf omhoog, handen vooruitgestrekt.
Yes! Ik lag.
En nu snelheid maken. Peddelen, peddelen. Arm links. Arm rechts. Steeds sneller.
SPLASH.
Damn.
En door. Nieuwe poging. Dit keer had ik vaart. Veel vaart. Té veel vaart. En vooral: geen idee hoe ik moest sturen. Ik koerste recht op Dylan af, die op het allerlaatste moment (gelukkig) kopje-onder ging.
Helmen dragen bij het golfsurfen is zo gek nog niet…
“We have less than half an hour”, riep Dylan. Chips. Nu moet het toch echt gebeuren, piepte mijn resultaatgerichte stemmetje. In die korte tijd had ik iets van tactiek ontwikkeld. Zo bleef de plank als een aangelijnd hondje in mijn buurt en kroop ik niet vanuit borst-, maar heuphoogte op de plank. Geen zeemeermingehalte, eerder walvisstijl. Elegantie ontbrak, efficiëntie niet.
Golf: check.
Op plank draaien: check.
Vaart maken: check.
Op plank gaan staan: check.
Ja, je leest het goed.
Ik stond op de plank.
Niet lang. Een nanoseconde.
GEWELDIG.
En toen bedacht ik me: misschien is dat wel het mooie van golfsurfen. Een golf die mislukt? Geen man overboord. De volgende dient zich alweer aan. Nieuwe golf, nieuwe kans. Weer peddelen, weer proberen, weer vallen. En soms, heel soms, sta je ineens. Een nanoseconde, maar toch.
Elke golf geeft je een nieuwe eerste keer.
En dus peddelde ik door. Op naar de volgende golf.

